Francesca

"Tijd, tijd om, tijd voor, op tijd naar."

Brood voor morgenvroeg

Kruimeltje hier, kruimeltje daar.

Het afgeknabbelde brood is beginnen te rotten in de blakende zon van onzekerheid.

Brood is gemaakt van geduld om te rijzen, maar wat als het geen kans meer krijgt om te rijzen?

Stil, stil, stil als een muisje die zich een baan zoekt naar de kruimels die liggen op de keukentafel dat een uur geleden nog bezet was door de drukte van het volle huis.

Lege handen, geen handen meer om te kneden in het deeg dat nog onbewerkt is.

Met lege ogen kijkt de bakker toe.

Toe open Toe open, de muur is nog even grijs als de dag ervoor en de planten staan nog steeds aangetast door de winter in de tuin.

Het brood ligt onaangetast en nieuw op de broodplank, wachtend om gesneden te worden.
Al blijft de spanning uit.

Roest begint zicht te vormen op het metaal van het mes, eerst traag, dan steeds sneller. Tijd heeft zichzelf sneller ingehaald dan hij zelfs maar kon omkijken. Kijkt hij toch om, dan ziet hij de vlagen van wat hij kon zijn, maar nooit is geworden.

Ook het brood krijgt een groene kleur van de schimmel dat zich gevestigd heeft op het zachte oppervalk. Het verspreid zich met een zekere geur dat moeilijk te verbergen is, maar onopgemerkt blijft door het gesnurk van de aarde.

De aarde slaapt niet diep. Hij ligt op een matras van onze sociale zekerheid en zachte dekens van onze welvaartstaat. Echter ligt er een erwt onder de matras, eentje die na een lange tijd ondraaglijk wordt, onuitstaanbaar zelfs. Alsof ze zou slapen op een betonblok, zal ze moeten zoeken naar een ander bed.

Maar is het te laat? Te laat om een nieuw bed te zoeken? Te laat om een nieuw brood te kopen?

Tijd, tijd om, tijd voor, op tijd naar.

Wat is tijd? Tijd is niet kieskeurig, nooit willekeurig en zelden beslist ze. Tijd is accepteren, om soms te negeren en om vaak te realiseren. Tijd prikt soms, wringt zich als de kruimels die hans en grietje achterlieten in ongemakkelijke bochten om dan te stoppen als je recht in een spiegel kijkt.

De klok dat boven de broodplank hangt, staat al even vast op 1 voor 12, bij iedere beweging volgt er een ingehouden adem die op zijn beurt wordt gevolgd door plezierkreten. Onwetend dat de klok de tijd houdt, dansen de muizen eronder op de tafel.

Het is tijd, tijd om het brood dat gisteren perfect leek te vervangen met een nieuw brood, een brood voor morgenvroeg. Het wordt tijd dat de zoete geur van vers brood de gangen vullen, de gangen vullen die leiden naar beter, nieuw en jong. Het is tijd voor nu, tijd voor anders en tijd voor ons.

 

De aarde slaapt niet diep.
Hij ligt op een matras van onze sociale zekerheid en zachte dekens van onze welvaartstaat.

Wat is tijd?
Tijd is niet kieskeurig, nooit willekeurig en zelden beslist ze.
Tijd is accepteren, om soms te negeren en om vaak te realiseren.